
Soms komt het zonder waarschuwing.
Een woord,
een bericht,
een herinnering –
en plots voel ik hoe iets in mij breekt.
De tranen die ik niet verwachtte,
de spanning in mijn buik,
het trillen van mijn hart.
Het is geen storm van buiten,
het is een golf van binnen.
Ze overspoelt alles wat ik dacht te weten,
en tegelijk nodigt ze me uit
om te blijven.
Niet om het te begrijpen,
niet om het te beheersen,
maar om het te doorvoelen.
Gisteren dacht ik dat ik het kwijt was –
dat stille vertrouwen,
die zachte bedding in mij.
Maar vandaag weet ik beter:
zelfs dat verlies hoort erbij.
Zoals een boom die breekt
en tóch blijft groeien.
Niet ondanks de barst,
maar erdoor.
Ik hoef niets te herstellen,
ik mag gewoon zijn
zoals ik ben –
met al mijn scheuren,
mijn stiltes,
mijn golven.
En telkens als het weer stil wordt,
voel ik iets zachts bewegen.
Niet groot, niet luid,
maar helder –
een fluistering van binnenuit:
Zie je, zelfs dit is leven.
En ik adem.
De zee in mij kalmeert.
De barst blijft,
maar het licht valt er nu doorheen –
want niets hoeft perfect te zijn om waar te zijn.