
Er kwam een stilte,
geen lege,
maar één die vulde.
De storm was gaan liggen,
en ik voelde hoe de rimpels
nog even nazinderden
tot ook zij rust vonden.
Niets moest hersteld,
niets geheeld,
want niets was ooit echt gebroken.
Alleen zachter geworden,
wijzer,
voller van leven.
En daar stond ik dan –
zoals die oude boom,
niet meer wie ik was,
maar nog altijd groeiend,
met wortels die weten
dat zelfs na de golf
de zee nooit echt verdwijnt.
Want zelfs wanneer de golf gaat liggen,
ademt de zee nog in mij.