
De voorbije tijd merk ik
hoe mijn lichaam
me terugbrengt
naar eenvoud.
Niet uit noodzaak,
maar uit wijsheid.
Koud douchen,
slapen op de grond,
eten wat raw en puur is,
geen koffie,
geen haast.
Steeds minder wat stoort,
steeds meer wat klopt.
Er is iets rustgevend aan leven
zonder het overbodige.
Geen drukte,
geen overdaad –
alleen het ritme van mijn adem,
het ruisen van mijn energie.
Ik leer weer luisteren
naar wat mijn lichaam vraagt,
en soms ook naar wat het weigert.
Het weet beter dan mijn hoofd
wat goed is voor me.
Misschien is eenvoud
niet het schrappen van dingen,
maar het herinneren
aan wat genoeg is.