
Sinds ik letterlijk dichter bij de aarde leef,
is er iets in mij tot rust gekomen.
Geen meubels die me optillen,
geen lagen tussen mij en de grond –
enkel eenvoud, adem en stilte.
Ik voel hoe mijn lichaam zachter wordt,
hoe ik beter hoor wat er vanbinnen leeft.
Floorliving is voor mij geen trend,
maar een terugkeer.
Naar eenvoud.
Naar echt.
Naar mezelf.
Het herinnert me eraan
dat ik niet meer hoef te stijgen
om iets te bereiken.
Dat comfort niet in spullen zit,
maar in de vrijheid van ruimte en licht.
Op de grond voel ik me verbonden met
wat echt is –
de warmte van hout,
het ruisen van de vloer,
het ritme van mijn adem.
Hier is geen afstand meer tussen
mij en het leven.
Op de grond vind ik rust,
niet omdat ik neerlig,
maar omdat ik eindelijk niet meer hoger
hoef te reiken dan nodig is.