
Er is iets aan de stilte vóór een begin.
Alsof het leven even zijn adem inhoudt.
Alles wat nog niet is,
beweegt al zachtjes
onder de oppervlakte –
klaar om vorm te krijgen.
Binnenkort zal er beweging zijn.
Licht dat door de gordijntjes van Luz valt,
de geur van koffie die zich mengt
met frisse ochtendlucht,
en een eerste zucht van vrijheid
die door alles heen ademt.
Er zullen momenten zijn
van verwondering,
en andere van niet-weten.
Maar onder dat alles ligt rust –
een weten dat dit precies is
waar ik moest belanden.
Wat komt, mag komen.
Wat blijft, mag blijven.
En ik,
ik mag gewoon zijn.