
Het voelt niet als weggaan.
Niet als ontsnappen.
Maar als thuiskomen –
eindelijk.
Mijn lichaam wist het eerst.
Mijn spieren werden zacht,
mijn adem ging dieper,
alsof alles in mij fluisterde:
je hoeft niet meer te vechten.
Vroeger dacht ik dat vrijheid luid was –
groots,
met vlaggen
en vuur.
Maar nu weet ik:
vrijheid is stil.
Ze leeft in de adem tussen twee stappen,
in het niet meer moeten,
in het gewoon zijn.
Ik koos niet omdat ik moest,
maar omdat het juist voelde.
En diep vanbinnen weet ik:
dat is wat leven bedoelt.