
Er zijn dagen waarop ik voel dat
mijn lichaam verlangt naar lucht.
Niet zomaar zuurstof,
maar echte lucht –
die ruikt naar bomen,
aarde,
regen.
Lucht die niet gefilterd wordt door
muren of uitlaatgassen,
maar die rechtstreeks van de wereld komt,
alsof ze zegt: hier, adem maar, dit is van jou.
In de stad lijkt zelfs ademen soms een taak.
De drukte vult de ruimte,
het lawaai vult mijn hoofd.
Ik merk hoe ik onbewust kleiner word,
alsof ik me aanpas aan wat te veel is.
En toch weet ik –
er is een plek, ergens
waar de stilte niet gezocht hoeft te worden,
waar muren ademen en het licht vanzelf binnenvalt.
Tot ik daar ben, oefen ik hier:
ademen met wat er is,
zachtjes, zonder haast,
tussen muren en wolken,
tussen verlangen en vertrouwen.