
Ik leef nu in een tussenruimte.
Nog hier, al los.
De muren om me heen staan er nog,
maar ze dragen mijn toekomst niet meer.
Ik heb geen haast.
Ik hoef niets te beslissen vandaag.
Er is alleen dit:
wakker worden,
ademen,
voelen
of ik nog bij mezelf ben.
Dat is mijn maatstaf geworden.
Niet vooruitgang.
Niet duidelijkheid.
Maar nabijheid –
van mezelf.
Soms voelt het wiebelig.
Alsof ik nergens echt land.
En toch:
ik ben hier.
Ik luister.
Ik wijk niet uit.
Er was een tijd
waarin ik mezelf verliet
om het vol te houden.
Dat doe ik niet meer.
Wat het me ook kost,
dat ben ik mezelf verschuldigd.
Dit is geen eindpunt.
Geen begin.
Alleen een eerlijk nu.
En zolang ik mezelf niet verlies,
is dat genoeg.