
De voorbije weken
schreef ik weinig.
Niet omdat er niets was,
maar omdat alles tegelijk gebeurde.
Mijn dagen vulden zich
met handen in kringwinkels,
lijstjes die kleiner werden,
nachten die kouder aanvoelden,
en een hart dat steeds rustiger werd.
Luz nam ruimte in.
Niet luid, niet dwingend,
maar als iets wat vanzelf centraal kwam te staan
Elke keuze, hoe klein ook
boog zich zachtjes rond haar.
Ik leerde opnieuw
hoe weinig ik nodig heb.
Hoe stilte kan dragen.
Hoe mijn lichaam weet
wanneer het mag vertragen
en wanneer het mag loslaten.
Er waren momenten van onzekerheid,
koude ochtenden,
lege rekeningen,
en het besef dat niet iedereen mee kan
in een pad dat niet verklaard wil worden.
Maar er was ook iets anders.
Een soort helderheid.
Alsof het leven zei:
je hoeft het niet te weten,
je mag het voelen.
Ik schreef minder,
maar ik leefde meer in
de ruimte tussen de woorden.
In adem.
In eenvoud.
In vertrouwen dat groeit zonder haast.
Misschien is dit geen pauze.
Misschien was dit voorbereiding.
En nu,
heel zacht,
komt het schrijven weer terug.
Niet om bij te houden wat voorbij is,
maar om te eren wat zich aan het vormen is.