
Soms begint de dag niet met plannen,
maar met adem.
Met wakker zijn
vóór de stad,
vóór de haast,
vóór de verwachtingen.
Ik sliep weinig.
Mijn hoofd was helder,
mijn lichaam moe.
Dus deed ik niets om het te forceren.
Geen lijstjes.
Geen tempo.
Alleen een thee,
stilte,
en het besluit om te wandelen –
langzaam.
De lucht was zacht oranje,
alsof de dag zichzelf nog niet helemaal had besloten.
Ik liep zonder doel.
Geen stappen tellen.
Geen bestemming.
Elke stap was genoeg omdat hij er was.
Mindful wandelen is voor mij geen techniek.
Het is luisteren naar hoe
mijn voeten de grond raken.
Merken hoe mijn schouders zakken.
Zien hoe licht beweegt over gevels
die ik al duizend keer zag,
maar vandaag voor het eerst écht ontmoette.
Ik voelde hoe mijn lichaam me
terughaalde uit denken.
Hoe rust niet iets is wat je bereikt,
maar iets wat verschijnt wanneer je
stopt met duwen.
Een trage start voelt soms als achterstand.
Vandaag voelde het als zorg.
Alsof ik mezelf toestemming gaf om
de dag te laten ontstaan
in plaats van hem te maken.
En misschien is dat genoeg.
Misschien is dat precies de bedoeling.
Ik wandel verder.
Met zachtheid.
Met aandacht.
Met alles wat er is.