
Vanavond at ik mijn laatste maaltijd
hier.
Geen groot afscheid.
Geen symbolisch diner.
Gewoon rijst met broccoli.
De koelkast is uitgewassen.
Het vuur proper gemaakt.
De kastjes leeg.
Ik at uit mijn coconut bowl.
Dezelfde waarmee ik hier
zovele eenvoudige maaltijden at.
En alsof het zo moest zijn,
barstte ze.
Eerst mijn glas.
Nu mijn bowl.
Ik had al geschreven dat ik
ze op termijn zou vervangen.
Door iets eenvoudigers.
Duurzamer.
Eén tas die kom en glas
tegelijk kan zijn.
Blijkbaar vond het leven dat
op termijn nu wel
een goed moment was.
Ik moest lachen.
Het voelde niet als verlies.
Eerder als afronden.
Laatste maaltijd in dit appartement.
Laatste maaltijd in deze kom.
Het is goed geweest.
Er zit iets heel rustigs in
hoe dingen soms
vanzelf verdwijnen
wanneer je er innerlijk
al klaar voor bent.
Ik voel geen verdriet.
Geen spijt.
Alleen dankbaarheid
voor wat was
en ruimte
voor wat komt.
Morgen rond ik veder af.
Maar eigenlijk is het al gebeurd.