
Gisteren stond Luz geparkeerd aan een natuurgebied.
Ik haalde een broodje.
Nam wat beleg mee.
En ging gewoon in het gras zitten.
Ik schopte mijn schoenen uit.
Trok mijn slippers aan.
En voelde het gras onder mijn voeten.
Het was zo simpel.
En toch besefte ik plots:
dit had ik al lang niet meer gedaan.
Gewoon buiten zitten.
Niet op een terras.
Niet onderweg.
Niet tussen twee afspraken.
Gewoon … buiten.
Sinds Luz in mijn leven is,
gebeurt dat vaker.
Ik stap meer.
Ik zit meer in het gras.
Ik kijk vaker naar de lucht.
Ik hoor vogels in plaats van dampkappen.
Luz heeft me niet alleen een plek gegeven
om te slapen.
Ze heeft me ook terug naar buiten gebracht.
En daar,
ergens tussen het gras en de lucht
voel ik iets wat ik lang kwijt was.
Adem.