
Deze ochtend werd ik wakker op Peloeze.
Mist over de weide.
De zon die voorzichtig
door de bomen kwam piepen.
Het was prachtig.
Maar ook bitterkoud.
Zo koud dat ik niet kon blijven.
Niet buiten.
En zelfs niet in Luz.
Dus vertrok ik.
Soms is een plek zo mooi,
maar zegt je lichaam gewoon:
nu even niet.
En dus belandde ik later in
een koffiebar.
Warmte.
Een grote mok koffie.
Mijn laptop open.
Ik voelde het meteen in mijn lichaam zakken.
Niet alleen de warmte van de koffie,
maar ook de warmte van een plek
waar je gewoon even mag zitten.
Niemand die vraagt waar je vandaan komt.
Niemand die vraagt waar je naartoe gaat.
Gewoon een tafel.
Een stopcontact.
Een kop koffie.
Soms is dat alles wat nodig is.
Het blijft bijzonder hoe mijn dagen er nu uitzien.
Van een mistige weide naar een warme koffiebar.
Van vogels naar koffiemachines.
Van stilte naar zachte achtergrondgeluiden.
En ergens tussen die twee werelden zit ik.
Met Luz.
Soms is het zwaar.
Soms is het koud.
Maar het voelt juist.
En vandaag voelde ik het heel duidelijk:
Zelfs een eenvoudige koffiebar
kan een beetje als thuis voelen.