
Ik zit in de bib.
Aan het raam.
Voor mij staat mijn nieuwe thermos.
Voorlopig gevuld met gewoon water.
Buiten stroomt de stad voorbij.
Trams.
Mensen die ergens naartoe moeten.
En hier binnen is het stil.
De laatste dagen zijn vreemd geweest.
Mooi.
Heftig.
Nieuw.
Ik slaap in Luz.
Soms op plekken waar niemand mag weten dat ik er ben.
Soms op een weide waar andere vans staan.
Daar zwaaide deze ochtend een koppel naar mij vanuit hun auto.
Gewoon een kleine zwaai voordat ze verder reden.
En hier in de bib kwam iemand me net zeggen
dat hij koffie voor mij kan regelen als ik mijn cup meebreng.
Het zijn kleine dingen.
Geen grote vriendschappen.
Geen plannen.
Maar wel kleine momenten van menselijkheid.
Ik merk ook dat mijn oude wereld een beetje
vervreemd begint te voelen.
Gesprekken over pensioen op mijn vijfenveertigste.
Over hoe druk iedereen het heeft.
En ergens kan ik daar niet meer in mee.
Niet omdat die mensen fout zijn.
Maar omdat mijn leven nu ergens anders ligt.
Meer in het moment.
Meer in eenvoud.
Een plek om te slapen.
Een weide met vogels.
Een thermos met water.
En soms een kop koffie in een bibliotheek.
Voor nu voelt het eigenlijk verrassend rustig.
Alsof ik ergens tussen twee werelden zit.
De oude die langzaam loslaat.
En een nieuwe die zich nog stilletjes aan het vormen is.