
Gisterenavond zat ik achter in Luz.
Op mijn bed.
Of eigenlijk:
op de plank van mijn bed,
zonder matras.
Met warme sokken aan mijn voeten
en een veld voor mij.
Geen terras.
Geen tuinset.
Geen perfect ingerichte camper.
Alleen een open achterdeur
en de avond.
De vogels floten ergens in de verte.
Het gras lag stil onder de grijze lucht.
En ik dacht:
is dit niet precies waar het om gaat?
Minder dingen.
Meer leven.
Less things, more life.
Niet omdat het perfect is.
Maar omdat het eenvoudig mag zijn.
Gewoon zitten.
Ademen.
Kijken naar de wereld.
Vanuit een plank in Luz.
En voor even voelde het alsof
de wereld groot was,
en mijn plek daarin precies goed.