
De wind kwam vannacht
over de weide.
Niet zacht.
Niet voorzichtig.
Ze raasde.
Ik lag in Luz en luisterde.
Soms wiegde ze een beetje mee,
maar af en toe voelde het eerder
alsof ze even werd opgetild
en weer neerkwam.
Alsof de wind wilde testen
of we wel stevig genoeg stonden.
Ik sliep niet diep.
Mijn lichaam bleef een beetje waakzaam.
Maar ergens had het ook iets moois.
De wind maakte een soort muziek.
Geen melodie die je kan meezingen,
maar een ritme van lucht
dat over de velden trok.
Af en toe hield ik mijn adem even in
en luisterde ik gewoon.
Alsof de nacht zelf aan het spreken was.
Tegen de ochtend werd het even heftig.
Zo heftig dat ik besloot te vertrekken
nog voor ik me echt had aangekleed.
Pyama aan,
Luz starten
en richting zwembad.
Later hoorde ik op de radio
dat het pyjamadag was voor Bednet.
Ik moest lachen.
Blijkbaar klopte mijn outfit vandaag perfect.
De wind had nog één cadeau achtergelaten:
geen condens op de ramen
en een frisse,
perfect verluchte nacht.
Soms is de natuur luid.
Soms zelfs een beetje wild.
Maar zelfs dan
zit er ergens een soort zorg in.
En vanmorgen,
na een korte wandeling,
was mijn lichaam weer rustig.
De wind was voorbij.
En de dag
kon opnieuw beginnen.