
Sinds ik met Luz leef,
merk ik hoe dicht mijn leven weer bij de natuur ligt.
Niet alleen omdat ik vaker buiten ben.
Maar omdat mijn dagen opnieuw meebewegen
met het weer,
met het licht,
met wind en met regen.
Vannacht en gisteren
heeft het bijna onafgebroken geregend.
Dat merk je meteen in een klein leven zoals dat van mij.
Mijn schoenen zijn nog nat
van de wandeling van gisteren.
Mijn handdoek is niet droog geraakt.
Mijn zwempak ook niet.
Straks ga ik dus gewoon weer zwemmen
in een zwempak dat nog een beetje nat is van gisteren.
En eigenlijk … is dat oké.
Ik merk hoe vanzelfsprekend het ooit was
dat alles altijd
droog,
warm
en klaar lag.
Een huis,
een verwarming,
een droogkast,
een kast vol reserve.
Nu is dat anders.
Nu kijk ik naar de lucht.
Voel ik aan de wind.
En merk ik hoe mijn kleine ritme meebeweegt
met wat er buiten gebeurt.
Als de zon schijnt,
droogt alles.
Als het regent,
blijven sommige dingen gewoon nog even nat.
Tijdens mijn wandeling deze ochtend
zag ik boomstammen die gewoon
waren blijven liggen waar ze ooit vielen.
Langzaam opgenomen
door het gras,
door mos,
door tijd.
Er zit iets rustgevend in dat beeld.
De natuur haast zich niet.
Ze lost niets geforceerd op.
Ze laat dingen gewoon worden.
Misschien is dat ook wat dit leven met Luz mij leert.
Dat misschien niet alles meteen
perfect af hoeft te zijn.
Dat dingen mogen groeien zoals ze groeien.
En dat zelfs een nat zwempak
op een regenachtige ochtend
gewoon een deel van het leven kan zijn.