
Soms word ik wakker
met een hoofd dat te vol is
en een hart dat nog even moet zoeken
waar het wil landen.
Niet elke dag is helder,
krachtig of moedig.
Sommige dagen vragen
om zachtere woorden,
tragere stappen
en minder uitleg aan de wereld.
Vandaag is zo’n dag.
Een dag waarop moed
een beetje moe is.
Niet omdat ze verdwenen is,
maar omdat ze al zo lang
zo hard heeft moeten werken.
Gesprekken die niet landen.
Woorden die ergens halverwege
in de lucht blijven hangen.
En dat stille moment daarna
waarop je voelt
hoe alleen een mens zich soms kan voelen.
Mijn lichaam fluistert
dat het genoeg is voor vandaag.
Dat ik niet alles hoef te dragen.
Zelfs niet wat goedbedoeld is.
Zelfs niet wat familie heet.
Dus ga ik zitten bij het raam
in de stilte van de bibliotheek
en laat ik de tranen even komen.
Er hoeft niets opgelost te worden.
Geen plan,
geen besluit,
geen richting.
Alleen adem.
Alleen aanwezigheid.
Misschien is dat ook moed.
Blijven zitten
in het midden van wat trekt
en mezelf toestaan
om even niets te geven
behalve zachtheid.
Vandaag mag het licht klein zijn.
En net wanneer ik dat denk
verschijnen er foto’s op mijn telefoon.
De zee.
De kliffen.
Het licht van La Palma.
Van een vriend
die gewoon deelt
zonder vragen,
zonder verwachtingen.
En ergens tussen mijn tranen door
verschijnt een kleine glimlach.
Soms is dat genoeg
om te herinneren
dat warmte nog bestaat.