
Ik zit in het gras
met mijn rug tegen een boom,
en een boek dat nog maar net begonnen is,
maar al voelt alsof het over mij gaat.
Sinds ik in Luz woon,
is er iets veranderd.
Alsof ik het leven niet meer gewoon leef,
maar het echt opneem.
Dieper.
Bewuster.
Alsof elke dag een extra dag is.
Een plus.
Geen vanzelfsprekendheid meer.
Ik voel wanneer ik honger heb.
Wanneer ik dorst heb.
Maar ook wanneer iets zachtjes goed voelt.
De zon die op gezichten valt
en hoe mensen daar vanzelf van
beginnen glimlachen.
De stilte tussen geluid.
Het gras onder mijn handen.
Ik besef dat ik mijn water vergeten ben.
Vroeger zou dat lastig geweest zijn.
Nu glimlach ik een beetje.
Ik heb druiven bij.
Dat is ook genoeg.
Maar eerst neem ik een stukje
zwarte chocolade met noten.
Langzaam.
Alsof dat moment nergens naartoe moet.
Misschien is dat wat er veranderd is.
Niet dat mijn leven perfect is geworden.
Maar dat ik het niet meer wil overslaan.
Dat ik het proef.
Letterlijk en figuurlijk.
En dat zelfs de kleinste dingen
plots alles lijken te zijn.