
Gisteren kreeg ik zoveel
berichtjes en telefoontjes.
Meer dan ik had verwacht.
Mensen die ik al even niet had gehoord
vroegen hoe het met me ging.
En voor het eerst in lange tijd
was ik gewoon eerlijk.
Ik wil me niet meer verstoppen.
Dus ik vertelde
dat ik oké ben.
Dat ik leef in Luz.
Dat het klopt voor mij.
En toch …
alsof mijn woorden
ergens onderweg verloren gingen.
Want wat ik zei
werd niet gehoord.
Mensen wilden helpen.
Oplossingen zoeken.
Dingen fixen.
Maar hoe kunnen we helpen?
In de zin van … verhuizen?
Een goede vriend zei zelfs:
maar allé, je bent zo verstandig,
hoe kan je niet aan een woning geraken?
En ergens snap ik het.
Van buitenaf
lijkt dit misschien niet logisch.
Misschien zelfs zorgwekkend.
Maar wat niemand lijkt te horen,
is dit:
ik ben niet verloren.
ik ben niet aan het falen.
ik ben aan het volgen.
Niet met mijn hoofd,
maar met iets diepers.
Iets dat zacht is,
maar heel duidelijk.
En dat laat zich niet uitleggen
in praktische oplossingen.
Gisteren ging ik best overstuur
terug naar Luz.
Niet omdat mensen niet om me geven.
Integendeel.
Maar omdat het voelt
alsof niemand me echt hoort.
Alsof mijn waarheid
steeds opnieuw wordt vertaald
naar een probleem dat opgelost moet worden.
Terwijl het voor mij
geen probleem is.
Het is een weg.
Mijn weg.
En misschien is dat
het moeilijkste stuk:
dat je je niet meer verstopt,
dat je je waarheid deelt,
en dat die toch
niet helemaal landt.
Maar ergens
onder alles
weet ik dit:
ik hoor mezelf wel.
En misschien
is dat waar het echt begint.