
Vandaag draag ik mezelf.
Niet in gedachten.
Niet in plannen.
Maar stap voor stap.
MIjn voeten raken de grond
zonder te twijfelen.
Alsof ze weten
waarheen,
ook als ik dat niet altijd doe.
Vijf en een half kilometer
heen.
Niet omdat het dichtbij is,
maar omdat het nodig is.
Om te douchen.
Om even zorg te voelen.
Om mezelf niet te vergeten
in alles wat eenvoudig is geworden.
Mijn benen doen gewoon hun werk.
Zonder klagen.
Zonder vragen.
Ze dragen
wat ik soms nog aan het begrijpen ben.
Langs straten,
langs stilte,
langs alles wat passeert
zonder te blijven.
En ik besef:
hoe vanzelfsprekend dit ooit leek.
Gewoon stappen.
Gewoon gaan.
Zonder erbij stil te staan.
Maar vandaag voel ik het.
Elke stap
als een keuze.
Elke meter
als iets wat ik zelf doe.
Niet alles kan.
Niet alles is dichtbij.
Maar dit kan ik wel.
Gaan.
Blijven gaan.
En ergens onderweg
komt er iets zachts.
Dankbaarheid.
Voor mijn lichaam.
Voor mijn voeten
die mij blijven dragen,
ook als het leven
niet altijd licht voelt.
Vandaag
breng ik een ode
aan hen.
Omdat zij mij brengen
waar ik moet zijn.