
Vandaag voelde ik het even heel scherp.
Hoe fragiel bestaan eigenlijk is
wanneer het afhankelijk wordt van een adres.
Ik dacht aan wat er zou gebeuren
als mijn referentieadres niet wordt goedgekeurd.
Geen uitkering meer.
Geen bankkaart.
Geen geldig identiteitsbewijs.
Alsof je langzaam uit het systeem verdwijnt.
Alsof je niet meer bestaat.
En dat terwijl ik hier ben.
Ik ben geboren in Gent.
Ik heb vijftien jaar gewerkt als maatschappelijk werker
voor mensen,
voor verhalen,
voor de stad.
Ik heb gegeven,
gedragen
soms zelfs over mijn eigen grenzen heen.
En toch …
lijkt het alsof dat nu niets meer betekent
als er geen adres is dat me
kan vasthouden op papier.
Dat schuurt.
Niet alleen omdat het moeilijk is,
maar omdat het onmenselijk voelt.
Alsof bestaan iets is dat je moet kunnen bewijzen.
Vandaag werd ik daar ook even boos om.
Niet hard, niet explosief …
maar die stille boosheid die zegt:
dit klopt niet.
En tegelijk weet ik:
ik kom hier wel uit.
Ik weet alleen nog niet hoe.
Misschien is dat het vreemde spanningsveld
waar ik nu in leef:
tussen vertrouwen en onbegrip.
Tussen weten dat ik besta
en een systeem dat daar voorwaarden aan koppelt.
Maar ergens onder alles,
blijft iets heel stil aanwezig:
ik ben hier.
Met of zonder adres.
Met of zonder toestemming.
Ik ben hier.