Pittig

Niemand zei dat het licht zou zijn.

Ze zeiden wel dat het moedig was.
Dat het een avontuur was.
Dat ik er zo lang naar uitgekeken had.

Maar niemand zei:

het is ook pittig.

Niet dramatisch.
Niet verkeerd.

Gewoon: pittig.

Slapen met vorst buiten.
’s Avonds zoeken naar een plek.
’s Ochtends op tijd vertrekken.
Plassen wanneer het moet, niet wanneer het uitkomt.
Douchen in een zwembad dat nog dicht blijkt.
Tanden poetsen op mijn knieën in mijn eigen auto.
Opladen in koffiebars om bereikbaar te blijven.

Soms denk ik:
wat ben ik aan het doen?

Mijn lichaam is moe.
Mijn schouders voelen wat ze gedragen hebben.
Mijn ogen prikken.
Mijn menstruatie klopt op de deur.

En toch…

Mijn hart is zacht.
Mijn hoofd is stil.

Dat is nieuw.

In een appartement met vier muren
was het andersom.
Mijn lichaam had een dak.
Maar mijn zenuwstelsel geen rust.

Nu is het praktisch zwaarder.
Maar innerlijk lichter.

Dat is geen romantiek.
Dat is een eerlijke afweging.

Ik ben niet aan het ontsnappen.
Ik ben aan het herkalibreren.

Ik weet niet of dit voor altijd is.
Ik weet zelfs niet of dit voor lang is.

Ik weet alleen dat ik nu geen muren wil
die druk dragen.

Ik wil ruimte.
Eenvoud.
Plezier dat niet moet presteren.

En ja,

dat is pittig.

Maar het is een pittigheid
met een zacht hart.

En dat voelt als groei.

En ja,
ik leer ondertussen professioneel
op mijn knieën tanden poetsen.

Plaats een reactie