Slapen als thuiskomen

Ik heb ruim twintig jaar amper geslapen.

Of beter …
soms sliep ik wel, maar heel licht.
En vaak … sliep ik gewoon niet.

Dan lag ik uren wakker.
Of bleef ik gewoon op.

Wachtend tot het ochtend werd,
zodat ik kon gaan werken.

Alsof de nacht geen plek was om te rusten,
maar iets om door te komen.

En ergens dacht ik dat dat normaal was.
Dat dat gewoon was wie ik was.

Tot nu.

In Luz slaap ik.

Met de zonsondergang val ik in slaap
en met het eerste licht word ik weer wakker.

Zonder wekker.
Zonder moeite.

Gewoon … vanzelf.

En elke ochtend voelt anders.

Zachter.
Rustiger.
Alsof mijn lichaam eindelijk krijgt
wat het al die jaren gemist heeft.

Ik schrijf dit niet om te klagen over vroeger.
Eerder met verwondering.

Omdat ik nu pas voel wat het betekent
om echt te rusten.

Hoe diep dat gaat.
Hoe stil het vanbinnen kan worden.

En hoe hard mijn lichaam eigenlijk heeft gewerkt
om al die jaren gewoon door te blijven gaan.

Misschien lag het niet aan mijn slaap.

Misschien lag het aan hoe ik leefde.

Aan de drukte.
De structuren.
De energie die nooit echt van mij was.

En misschien …

had mijn lichaam al die tijd gelijk.

En moest ik alleen leren luisteren.

Nu slaap ik.

En dat alleen al voelt als
thuiskomen.

Een gedachte over “Slapen als thuiskomen

Plaats een reactie