
Er zijn ochtenden waarop ik wakker word
en meteen weet waar ik ben.
En er zijn ochtenden zoals deze.
Ochtenden waarop ik eerst even
moet kijken.
Een veld.
Een horizon.
Een camper verderop.
Een lucht die nog niet helemaal beslist heeft
of ze grijs of goud wil zijn.
En dan herinner ik me weer
waar ik gisteren ben geëindigd.
Dat is misschien één van de
vreemdste en mooiste dingen
aan dit leven.
Ik heb geen vaste straat
waar ik elke avond naar terugkeer.
Geen gordijnen die elke ochtend
hetzelfde uitzicht onthullen.
Soms weet ik pas enkele uren voor het slapengaan
waar ik zal overnachten.
Vroeger zou me dat waarschijnlijk
onrustig gemaakt hebben.
Nu zit er ook iets moois in.
Elke ochtend heeft de mogelijkheid
om anders te zijn.
Een ander uitzicht.
Een andere stilte.
Een andere bakker.
Een andere wandeling.
Een andere ontmoeting.
Vanmorgen werd ik wakker op
een koelere plek.
De hitte van de voorbije dagen
was verdwenen
en de lucht voelde zachter.
Ik bleef nog even liggen
kijkend naar de wereld buiten Luz.
Geen haast.
Geen planning.
Gewoon kijken.
Ik dacht aan hoe bijzonder het eigenlijk is
dat een mens zich thuis kan voelen
op zoveel verschillende plekken.
Niet omdat die plekken hetzelfde zijn.
Maar omdat ik mezelf overal meeneem.
Soms denk ik dat vrijheid vooral gaat over
kunnen vertrekken.
Steeds vaker denk ik dat vrijheid ook gaat over
kunnen aankomen.
Gewoon ergens zijn.
Een deur openen.
Naar buiten kijken.
En denken:
hier is het goed voor vandaag.