
Hoe minder ik heb,
ontstaat er meer.
Vandaag kon ik mijn was niet doen
omdat mijn wasstrips op waren.
En even later kon ik niet schrijven
omdat mijn enige balpen leeg was.
Vroeger zou dat frustrerend zijn geweest.
Onpraktisch.
Onhandig.
Nu moest ik er vooral
om lachen.
Blijkbaar leef ik met net genoeg
tot het op is.
En dan is het even …
niets.
Geen oplossing.
Geen reserve.
Geen plan B.
Gewoon ruimte.
En in die ruimte
gebeurt iets bijzonders.
Ik begin te kijken.
Te voelen.
Te vertragen.
Niet omdat het moet,
maar omdat er niets anders is.
En plots merk ik:
dat ik minder nodig heb
dan ik altijd dacht.
Dat creativiteit niet ontstaat
uit overvloed aan middelen,
maar uit het ontbreken ervan.
Geen pen?
Dan blijven woorden gewoon even in mij.
En worden ze zachter.
Dieper.
Echter.
Geen wasmiddel?
Dan ruiken mijn kleren naar zee.
En dat blijkt eigenlijk ook genoeg.
Ik zie mensen rondom mij
die alles meehebben.
Voorbereid.
Georganiseerd.
Compleet.
En ik begrijp dat ook.
Maar ergens
voelt het voor mij anders.
Alsof al dat hebben
de ruimte een beetje opvult.
Terwijl ik net ontdek
dat het niet-hebben iets opent.
Een soort leegte die geen tekort is,
maar een uitnodiging.
Om te voelen wat er echt toe doet.
Om te bewegen met wat er is.
Om te vertrouwen op dat wat nodig is,
wel komt.
Misschien is simpel leven niet minder.
Misschien is het net meer.
Meer ruimte.
Meer zachtheid.
Meer creativiteit.
En misschien …
ruikt het leven dan gewoon
een beetje naar seabreeze.