
Ik breng tegenwoordig veel tijd alleen door.
Meer zelfs dan vroeger.
En toch voel ik me zelden eenzaam.
Dat blijft voor veel mensen
moeilijk te begrijpen.
Alsof alleen zijn automatisch betekent
dat er iets ontbreekt.
Alsof stilte hetzelfde is
als leegte.
Maar voor mij voelt dat helemaal niet zo.
Ik heb me vroeger
veel eenzamer gevoeld
in groepen mensen
dan nu alleen in Luz aan zee.
Eenzaamheid zat voor mij nooit echt in
het aantal mensen rondom mij.
Maar eerder in het gevoel:
dat ik mezelf niet helemaal kon zijn.
Dat ik ergens niet op mijn plek zat.
Nu zit ik soms alleen
met een tas koffie,
geluid van de zee
en mijn eigen gedachten.
En eerlijk?
Dat voelt vaak net heel verbonden.
Met mezelf.
Met de rust.
Met het leven zoals het op dat moment is.
Misschien is alleen zijn
niet het tegenovergestelde van verbinding.
Misschien ontstaat echte verbinding
soms pas wanneer je het ook goed hebt
in je eigen gezelschap.
Ik denk dat dat ook is waarom verbinding
tegenwoordig anders voelt voor mij.
Niet als iets dat een leegte moet vullen.
Niet als een oplossing voor alleen zijn.
Mijn leven hoeft niet gered te worden
door iemand anders
om waardevol of warmer te voelen.
En misschien maakt dat net
dat ik mensen puurder kan ontmoeten.
Niet vanuit nood.
Maar vanuit oprechte goesting
om iemand toe te laten in een leven
dat op zichzelf eigenlijk ook al goed voelt.
Sommige mensen maken het leven dan gewoon nog
zachter,
mooier
of levendiger.
Maar het verschil is:
ze hoeven geen leegte meer op te vullen
die er eigenlijk niet is.