
Ik dacht vroeger dat geluk misschien zat in
meer.
Meer ruimte.
Meer zekerheid.
Meer comfort.
Meer spullen.
Dat gevoel heb ik niet meer.
En toch zit ik hier nu in Luz
met een handdoek die droogt in de zon
alsof het het meest luxueuze ter wereld is.
Ik denk dat ik de laatste maanden
iets heel bijzonders ontdek:
dat rijkdom misschien niet zit in
steeds meer verzamelen,
maar in kunnen landen in wat er al is.
Een open deur.
Zon op mijn gezicht.
De wind aan zee.
Een schrift dat volloopt.
Een plek waar ik niet moet verdwijnen.
Vroeger voelde weinig hebben
vaak als overleven.
Nu voelt eenvoud net als ademruimte.
Alsof ik voor het eerst ontdek
dat ik eigenlijk niet veel nodig heb
om me rijk te voelen.
Mijn handdoek droogt tegenwoordig
aan de open deur van Luz.
En eerlijk?
Dat voelt nog steeds een beetje als vrijheid.