
Ik denk dat stilte voor mij
voeding is geworden.
Niet stilte vanuit afwijzing.
Niet stilte om weg te lopen van mensen.
Maar stilte als een plek
waar mijn systeem eindelijk kan ademen.
Vroeger voelde stilte vaak ongemakkelijk.
Alsof ik beschikbaar moest blijven.
Alsof ik altijd moest antwoorden,
dragen,
voelen,
zorgen of nabij zijn.
Nu ontdek ik stilaan iets anders.
Dat stilte me niet leeg maakt,
maar net vult.
Dat ik in stilte:
terug helder word,
terug kan voelen wat van mij is,
terug zachter word,
terug energie krijg.
Misschien is dat ook waarom de zee me
zo goed doet.
Ze vraagt niets.
Ze legt niets vast.
Ze is er gewoon.
En ergens denk ik dat ik momenteel hetzelfde
nodig heb.