
Ik dacht lange tijd dat ik vooral aan het
afbreken was.
Een leven dat niet meer klopte.
Patronen die me leeg trokken.
Verwachtingen waar ik mezelf ergens onderweg
in verloren was.
En eerlijk?
Soms voelde dat ook zo.
Alsof ik vooral dingen achterliet.
Maar de laatste dagen begon ik iets anders
te voelen.
Ik ben eigenlijk aan het bouwen.
Niet luid.
Niet groots.
Niet volgens het klassieke plaatje.
Maar langzaam.
Bewust.
En veel dichter bij mezelf.
Ik voel steeds helderder
wat werkt voor mij en wat niet.
Welke plekken mijn lichaam doen ontspannen.
Welke mensen zacht voelen.
Welke omgevingen me laten ademen.
Hoe weinig ik eigenlijk nodig heb
om me rijk te voelen.
Wakker worden met het eerste licht.
Op blote voeten even buiten stappen.
De geur van zonnecrème, zee en warme lucht.
Mensen die stilaan wakker worden rondom mij.
Een simpele maaltijd maken in Luz.
Kleren die drogen in de wind.
Een koude douche na een warme dag.
Even zwemmen.
Lezen in een stoel terwijl de avond valt.
Nergens echt moeten zijn.
Waar ik vroeger misschien dacht
dat ik meer nodig had,
voel ik nu vooral
hoeveel overdaad me vermoeit.
Teveel spullen.
Teveel lawaai.
Teveel moeten.
Teveel verwachtingen.
Ik wil niet langer leven op een manier
waarbij ik voortdurend aan het
overleven ben.
En dus bouw ik.
Aan een leven met meer lucht.
Meer zachtheid.
Meer eenvoud.
Meer waarheid.
Niet vanuit haast.
Niet vanuit vluchten.
Maar vanuit aandacht.
Ik voel ook steeds duidelijker
dat ik onderweg niet persé minder wil,
maar juister.
Misschien ooit een busje met wat meer comfort.
Een plek waar mijn lichaam nog meer kan landen.
Een manier van leven waarin vrijheid
en rust samen kunnen bestaan.
En misschien is dat
wat deze periode me eigenlijk
probeert te leren:
dat bouwen niet altijd betekent
dat je groter moet gaan leven.
Soms betekent het net:
eerlijker.
Lichter.
Dichter bij jezelf.
Ik weet nog lang niet alles.
Maar ik voel dat ik niet meer
verdwaald ben.
En dat voelt als een begin.