
Vanmorgen vertrok ik
om kwart over zes.
Met een eenvoudige doel.
Koffie.
Meer niet.
Ik had warm water kunnen krijgen
van de buren,
maar ik voelde
dat ik nog even alleen wilde zijn.
Even wandelen.
Even in mijn eigen wereld blijven
voor de dag echt begon.
Dus vertrok ik.
Twintig minuten later stond ik
aan de bakker.
Gesloten.
Geen probleem,
dacht ik.
Dan wandel ik gewoon naar
de volgende.
Dertig minuten later stond ik
aan de volgende bakker.
Ook gesloten.
Op dat moment begon het al licht absurd
te worden.
Maar goed.
Nog eentje dan.
Tien minuten later stond ik voor
een derde bakker.
Gesloten.
Ik begon stilaan te vermoeden
dat de koffie vandaag niet gevonden
wilde worden.
Dan maar de bus terug.
Alleen bleek de halte tijdelijk
niet bediend te worden.
Perfect.
Gelukkig stopte onderweg
een vriendelijke chauffeur
die me toch meenam.
Tegen de tijd dat ik terug in het dorp aankwam,
was ik meer dan een uur onderweg.
En ik had nog steeds geen
koffie.
Onderweg maakte ik deze foto.
Niet omdat ik op zoek was naar een foto.
Niet omdat ik op zoek was naar schoonheid.
Ik was eigenlijk gewoon op zoek naar koffie.
Maar ergens tussen drie gesloten bakkers,
een gemiste bus
en een onverwachte lift
viel mijn oog op het ochtendlicht
dat door de lavendel scheen.
En ineens moest ik glimlachen.
Misschien gebeurt dat wel vaker
in het leven.
Dat we vertrekken voor het ene
en onderweg iets anders vinden.
Dat we denken dat de bestemming
het belangrijkste is,
terwijl het mooiste ons vaak
onverwacht tegemoetkomt.
Uiteindelijk vond ik mijn koffie.
Maar dat was niet het deel van de ochtend
dat me was bijgebleven.
Het was het licht.
De wandeling.
De stilte.
De vriendelijke chauffeur.
En de herinnering dat niet alles verloren is
wanneer een plan mislukt.
Soms brengt een omweg je precies
waar je moet zijn.
Zelfs wanneer je eigenlijk gewoon
koffie wou.