
Vanmorgen moest ik lachen.
Niet om iemand.
Maar met iemand.
Aan de overkant stond
een rood busje.
Een prachtig busje.
Alleen …
toen de achterklep open ging
leek het alsof de hele inboedel
mee op vakantie was.
We maakten er samen grapjes
over.
En toen besefte ik iets.
Ik woon in Luz.
Niet voor een week.
Niet voor een vakantie.
Gewoon elke dag.
En toch heb ik waarschijnlijk
minder spullen
dan veel mensen meenemen
voor twee weken vakantie.
Dat is geen verdienste.
En ook geen wedstrijd.
Het is gewoon zo gegroeid.
Onderweg ontdekte ik dat
ik veel minder nodig heb dan ik ooit dacht.
Een paar kleren.
Mijn telefoon.
Een boek.
Koffie.
Een buidon met water.
En een plek waar ik me thuis voel.
Meer is het vaak niet.
En toch …
de laatste tijd droom ik voorzichtig
van Luz 2.0.
Niet omdat ik meer spullen wil.
Maar omdat ik dezelfde eenvoud
net iets comfortabeler wil beleven.
Een hoekje om te schrijven.
Een vaste plek om koffie te zetten.
Een plek waar mijn stoel gewoon
mag blijven staan.
Ik wil niet méér bezitten.
Ik wil slimmer wonen.
Misschien is dat wel het verschil.
Vrijheid zit voor mij niet in
hoeveel ik kan meenemen.
Maar in hoeveel ik zonder kan.
Dat voelt nog altijd als één van de
grootste cadeaus die Luz me gegeven
heeft.
En dat cadeau wil ik niet groter maken.
Alleen een beetje comfortabeler.