
Vanmorgen werd ik wakker
na een korte nacht.
Mijn hoofd was nog vol van gesprekken.
Van verwachtingen.
Van dingen die gezegd werden.
En misschien nog meer
van dingen die niet gezegd werden.
Ik besloot vroeg op te staan.
Niet om iemand te zien.
Niet om te wachten.
Maar gewoon om koffie te halen.
Terwijl ik hier nu zit,
met mijn schrift open
en een warme beker naast me,
besef ik iets.
De afgelopen dagen
keek ik soms onbewust naar buiten.
Naar wat iemand anders deed.
Of niet deed.
Naar nieuwsgierigheid.
Naar aandacht.
Naar verbinding.
Vanmorgen draaide dat heel zachtjes om.
Ik gaf mezelf koffie.
Ik gaf mezelf tijd.
Ik gaf mezelf de ruimte om te schrijven.
En plots voelde dat als veel meer
dan een ochtendroutine.
Soms wachten we op een bericht.
Op een vraag.
Op iemand die zegt:
vertel eens …
hoe gaat het met jou?
Maar misschien mogen we onszelf
die vraag ook af en toe stellen.
Niet omdat we niemand nodig hebben.
Integendeel.
Ik geloof nog steeds in echte verbinding.
Maar ik geloof ook dat
de mooiste ontmoetingen beginnen
op de momenten waarop we onszelf
niet vergeten.
Vanmorgen waren het maar drie dingen.
Een koffie.
Een schrift.
En de stilte.
Meer had ik eigenlijk niet nodig.