
Soms ontmoet je iemand
zonder het te plannen.
Gewoon omdat twee levens
even op dezelfde plek landen.
Dat was jij.
Dat waren wij.
Een paar dagen maar.
En toch voelde het groots in al zijn eenvoud.
Gesprekken die vanzelf stroomden.
Lachen.
Warmte.
Stilte die niet ongemakkelijk was.
Kijken en gezien worden.
Gisteren bracht je
mijn hoofdkussen terug.
Je wachtte nog even op mij,
terwijl je eigenlijk alleen maar moe was
en je bed in wilde kruipen.
Een knuffel.
Een kus.
En woorden die zacht klonken:
misschien tot nog eens.
Geen beloftes.
Geen grootse plannen.
Geen dingen mooier maken dan ze zijn.
Gewoon echt.
Vanmorgen werd ik wakker
en was je al weg.
Ik keek naar buiten
en zag mijn auto …
en jouw lege plek ernaast.
En gek genoeg
zei die leegte veel.
Over hoe iemand er even kan zijn
en toch iets achterlaat.
Over hoe kort soms genoeg is
om geraakt te worden.
Over hoe sommige ontmoetingen
geen vervolg nodig hebben
om waardevol te zijn.
Misschien zie ik je ooit nog.
Misschien ook niet.
Maar wat er was,
was mooi.
En dat neem ik mee.
En toen …
ontdekte ik nog iets
onder mijn ruitenwisser.
En ineens voelde de lege plek naast mij
helemaal niet meer leeg.