
Er zijn mensen die denken
dat vrijheid altijd moeiteloos voelt.
Dat je ergens aankomt,
de deur opengooit,
ademt,
en meteen thuis bent.
Maar zo werkt het niet altijd.
Soms vraagt een nieuwe plek tijd.
Tijd om te wennen aan de geluiden.
Aan de stilte.
Aan de geur van bomen.
Aan het donker dat anders valt.
Aan het alleen zijn.
Gisteren kwam ik hier aan
en voelde ik vooral tranen.
Vandaag voelt het al anders.
Ik vond een toilet in het bos.
Een brandertje om koffie te maken.
Morgen zoek ik wel ergens een douche.
Vandaag was het een kattenwasje.
Zo simpel kan landen soms zijn.
Niet groots.
Niet spiritueel.
Niet magisch.
Maar gewoon:
één praktisch ding na het andere.
En tussendoor voelen
dat ik misschien toch meer
een zeemens ben dan een bosmens.
Dat mag ook.
Niet elke mooie plek
moet mijn plek zijn.
En soms helpt het ook
dat iemand nog even via berichtjes
mee door je avond wandelt.
Zodat alleen zijn
net iets minder alleen voelt.