
Vanmorgen ging ik douchen
in het zwembad.
Dat klinkt eenvoudiger
dan het voelde.
Ik stond voor de toegangspoortjes,
scanners
en een muur vol geschilderde
krokodillen
die van een wildwaterbaan
leken te glijden.
Kinderen zouden het waarschijnlijk
fantastisch vinden.
Ik keek ernaar en dacht:
wat voelt dit vreemd.
Niet omdat er iets mis was
met het zwembad.
Integendeel.
Alles werkte.
Het was proper.
Georganiseerd.
Doordacht.
En toch voelde het
alsof ik naar een decor
stond te kijken.
Geschilderd water.
Geschilderde jungle.
Geschilderd avontuur.
Misschien omdat ik
de voorbije maanden
zoveel echte dingen heb ontmoet.
Echte wind.
Echte zee.
Echte stilte.
Een busje dat kraakt als het waait.
Een bankje in het gras.
Een onbekende die vraagt
of ik oké ben
als ik een paar dagen niet schrijf.
Een campinguitbaatster
die tegen haar nichtje zegt:
en nu zijn we zelfs vrienden geworden.
Het zijn kleine dingen.
Maar ze voelen echt.
Misschien is dat wat ik bedoel met
kunstmatig.
Niet dat het zwembad nep is.
Maar dat ik zelf veranderd ben.
Vroeger voelde dit allemaal normaal.
Vandaag voelde het alsof
ik even terugliep door een leven
dat niet meer van mij is.
Alsof ik naar een oude versie van mezelf
keek.
Eentje die dacht dat veiligheid
hetzelfde was als thuiskomen.
Terwijl ik ondertussen weet dat
dat niet zo is.
Ik denk niet dat ik Gent
aan het loslaten ben.
Ik denk dat ik gewoon
steeds duidelijker zie
waar ik wél thuishoor.
En vreemd genoeg
hielpen een paar krokodillen mij
dat vandaag beseffen.