Gewoon gras

Vanmorgen besloot ik nergens
heen te gaan.

Dat klinkt misschien niet als een beslissing,
maar soms is het dat wel.

Dus bleef ik zitten.

In Luz.

Met de klep open.

Een boek op schoot.

De regen op het raam.

Af en toe een trein die voorbijreed.

Voor mij ligt een hondenweide.
Daarvoor een strook gras
die ik gisteren waarschijnlijk
niet eens had opgemerkt.

Maar vandaag wel.

Misschien omdat ik eindelijk stil genoeg
zat.

Na een regenbui brak de zon even door.
Het gras begon te bewegen in de wind
en plots leek alles licht te geven.

Niet spectaculair.

Geen bergen.

Geen zee.

Geen uitzicht waarvoor je
honderden kilometers rijdt.

Gewoon gras.

Gewoon klaver.

Gewoon een stukje wereld
dat er al de hele tijd lag.

En toch kon ik mijn ogen er niet
van afhouden.

Misschien omdat ik de voorbije dagen
zoveel in beweging ben geweest.

Afscheid genomen van een stad.

Van oude verwachtingen.

Van dingen die niet meer kloppen.

En vandaag hoefde ik nergens heen.

De treinen bewogen.

De wolken bewogen.

Het gras bewoog.

Ik niet.

Misschien is dat waarom het zo mooi was.

Omdat ik eindelijk lang genoeg bleef zitten
om het te zien.

Soms hoeft geluk niet groter te zijn dan
een open klep,
een beetje zon tussen de wolken
en gras dat wiegt in de wind.

Plaats een reactie