
Vanmiddag zat ik in Luz
te lezen.
De achterklep stond open.
Voor mij lag het grasveld
dat ondertussen al de hele dag
mijn uitzicht was.
De regen was gepasseerd.
De zon liet zich af en toe zien.
Ik had nergens plannen voor.
Nergens om naartoe te gaan.
Gewoon een boek en een rustige namiddag.
Tot er plots een meisje
met een pony voorbij kwam.
Ze stapte door het gras
en kwam richting Luz.
We maakten een praatje.
Niet lang.
Niet bijzonder.
Gewoon zo’n gesprek dat ontstaat
omdat twee mensen toevallig
op dezelfde plek zijn.
Terwijl we praatten,
besloot de pony
dat hij ook wel zin had in een pauze.
Zij ging onder de open klep van Luz staan
en begon rustig te grazen.
Alsof dat de normaalste zaak
van de wereld was.
Ik moest lachen.
Want eigenlijk vat dat beeld
mijn hele dag samen.
Vanmorgen besloot ik nergens
heen te gaan.
En sindsdien lijkt het leven
voortdurend naar mij toe te komen.
Een vrouw met haar hond.
Een trein die voorbij rijdt.
Zonlicht op gras.
Een berichtje van mijn ouders.
En nu een pony onder mijn klep.
Misschien zoeken we soms te hard
naar bijzondere momenten.
Terwijl ze vaak gewoon
komen aanwandelen.
Op vier benen.
En zonder afspraak.