
Ik vind nieuwe plekken
spannend.
Dat is niet veranderd.
Ook niet nu ik in Luz woon.
Misschien zelfs minder dan vroeger,
maar nog altijd een beetje.
Wanneer ik ergens aankom,
moet mijn hoofd altijd eerst
een inventaris maken.
Waar is het toilet?
Waar kan ik water vinden?
Kan ik hier wandelen?
Voelt het veilig?
En misschien wel de belangrijkste vraag:
kan ik hier even zijn?
Deze ochtend kwam ik aan
op een nieuwe plek in Ronse.
Ik kende niemand.
Ik was hier nog nooit geweest.
En zoals altijd voelde ik die
kleine spanning.
Tot ik begon te wandelen.
Ik vond een winkel.
Ik vond een toilet.
Ik vond het zwembad.
Een paar dagen geleden
kreeg ik een zwembandje
van iemand die ik onderweg
ontmoette.
Er stonden nog een paar beurten op.
Niet weggooien, zei hij.
Daar kunnen we nog opnieuw opladen.
Op dat moment leek het gewoon
een praktisch detail.
Nu bleek het plots handig.
Ik liep terug naar Luz
en keek naar de andere campers.
Zoals wel vaker was zij de kleinste.
Dat blijft grappig.
Soms droom ik van meer ruimte.
Een grotere bus.
Een hogere kast.
Een extra raam.
En dan kijk ik naar haar.
Naar alles wat ze me al gebracht heeft.
Naar alle plekken waar we samen
aankwamen
zonder exact te weten
wat we zouden vinden.
En meestal denk ik hetzelfde.
Misschien is groter niet altijd beter.
Misschien is genoeg soms
gewoon genoeg.
Een plek om te slapen.
Een douche in de buurt.
Iets om te eten.
Een deur die open kan.
En een uitzicht op bomen.
Meer heb ik vandaag eigenlijk
niet nodig.