
Er was een tijd waarin ik
veel mensen kende.
Mensen die ik vrienden noemde.
Mensen met wie ik regelmatig afsprak.
Mensen die deel uitmaakten van mijn leven.
Vandaag zijn dat er veel minder.
Niet omdat ik mensen minder graag zie.
Maar omdat ik onderweg iets ontdekte.
Niet elke verbinding voedt.
Sommige ontmoetingen zijn mooi
voor één avond.
Sommige mensen wandelen een stukje
met je mee.
En sommige blijven.
Vroeger voelde ik soms de behoefte
om verbinding vast te houden.
Vandaag voel ik eerder of een ontmoeting
me energie geeft.
Of ik helemaal mezelf kan zijn.
Of er ruimte is voor wederkerigheid.
Niet perfect.
Wel echt.
Dat betekent ook dat ik afscheid neem
van sommige contacten.
Niet uit boosheid.
Niet omdat er iets mis is.
Maar omdat ik geleerd heb dat
een warm afscheid
soms even liefdevol kan zijn
als een warm welkom.
En het bijzondere is:
hoe minder verbindingen ik
probeer vast te houden …
… hoe meer ruimte er ontstaat
voor de mensen die écht bij mij passen.
Voor een vriendin die me door en door kent.
Voor een vriend die me advies geeft
zonder iets op te dringen.
Voor onverwachte ontmoetingen onderweg.
Voor mensen die niet veel hoeven te zeggen
om toch nabij te voelen.
Misschien is rijkdom niet hoeveel mensen
je kent.
Misschien is rijkdom hoeveel mensen
je werkelijk ontmoet.
Ik kies vandaag liever voor een paar
echte verbindingen …
… dan voor een leven vol contacten
waarin ik mezelf een beetje verlies.
Hoe minder.
Hoe meer.
En misschien ook wel …
hoe echter, hoe rijker.
Misschien is rijkdom niet
hoeveel mensen je ontmoet.
Maar hoeveel ruimte je overhoudt
voor de mensen die echt mogen binnenkomen.