Spiegel

Vannacht ben ik om half twee nog
verhuisd.

Niet omdat er iets gebeurd was.

Maar omdat ik wist dat ik daar
geen oog zou dichtdoen.

Jarenlang probeerde ik mezelf
ervan te overtuigen dat ik
gewoon flexibeler
of sterker moest zijn.
Vandaag luister ik steeds vaker
naar mijn lichaam.

Dus draaide ik de sleutel om.

Tien minuten later viel ik in slaap.

Vanmorgen vertrok ik vroeg
naar de tandarts.
Niet omdat ik zo graag twee uur
te vroeg aankom,
maar omdat ik liever wacht
dan door de ochtendspits rijd.

Dat is het voordeel van wonen
in een busje.

Wachten voelt niet als verloren tijd
wanneer je huis met je meereist.

Onderweg moest ik plots dringend
naar het toilet.
Alles was nog gesloten.
Ik vroeg een onbekende vrouw
of ze misschien een openbaar toilet kende.

Ze glimlachte.

Kom maar mee naar mijn werk.

Soms zit menselijkheid
in de kleinste gebaren.

Terwijl ik daarna in Luz zat te wachten,
keek ik toevallig in mijn spiegel.

Ik moest glimlachen.

Niet omdat ik mensen wil
buitensluiten.

Maar omdat die rode hand me
deed denken aan iets waar ik
de afgelopen maanden steeds beter
in word.

Grenzen.

Niet als een muur.

Niet als een afwijzing.

Maar als een liefdevolle manier
om te zeggen:

tot hier.

Misschien zijn grenzen niet bedoeld
om afstand te creëren.

Misschien zijn ze er
om de ruimte te beschermen
waarin je jezelf kunt blijven.

En misschien is dat wel precies
wat mijn lichaam me al die tijd
probeerde te vertellen.

Plaats een reactie