
De voorbije dagen stond mijn achterklep
vaak open.
Ze nodigde uit.
Tot een goeiemorgen.
Een spontane babbel.
Een kop koffie in de ochtendzon.
Soms ontstonden daar
de mooiste ontmoetingen.
Deze ochtend bleef ze dicht.
Niet omdat ik me wilde afsluiten.
Maar omdat mijn lichaam
iets anders nodig had.
Mijn menstruatie loopt stilaan
op haar einde.
Ik ben telkens dankbaar dat
mijn lichaam haar eigen ritme volgt.
Maar tegelijk voel ik
hoeveel energie dat van mij vraagt.
Leven in een kleine Caddy
maakt dat nog net iets tastbaarder.
Er is geen badkamer naast de deur.
Geen plek waar ik alles even
kan laten liggen.
Mijn lichaam vraagt vandaag
zachtheid.
En ik voelde geen enkele drang
om daartegen te vechten.
Ik hoef vandaag niet sociaal
te zijn.
Ik hoef niemand te ontmoeten.
Ik hoef zelfs mijn achterklep niet
open te zetten omdat ik
dat gisteren ook deed.
Misschien is vrijheid niet alleen
kunnen gaan en staan waar je wilt.
Misschien is vrijheid ook
mogen luisteren naar het ritme van
je eigen lichaam.
De ene dag zet ik mijn achterklep
open.
De andere dag blijft ze
dicht.
Niet uit angst.
Maar uit zorg voor mezelf.
En misschien is dat wel
de grootste vorm van openheid.
Dat ik niet langer leef
volgens hoe een dag eruit zou
moeten zien.
Maar volgens hoe mijn lichaam
vandaag voelt.
Ik sloot vandaag mijn achterklep,
niet mijn hart.