
Gisterenavond
en deze ochtend
stond ik opnieuw op
de allereerste plek
waar ik ooit met Luz
verbleef.
Ik stond er toen bijna
een maand.
Het was nog koud.
Zo koud dat ik ‘s avonds
rond zeven uur
al in bed kroop.
En ‘s ochtends
schoot ik tegen zes uur
snel in mijn kleren
om te gaan douchen
in het zwembad,
gewoon om de koude
voor te zijn.
Ik leefde eigenlijk
een beetje
tussen mijn busje
en het zwembad.
De mensen hier kenden
mijn auto waarschijnlijk wel.
Maar niet wie erin zat.
Deze keer was het anders.
Gisterenavond zaten we
samen.
Met de buren.
En ook de mensen
van het huis naast de weide
kwamen erbij.
Er werd gelachen.
Gepraat.
Alsof ik hier niet alleen
geparkeerd stond,
maar ook echt
even aanwezig
was.
Misschien waren de mensen
er toen ook al.
Alleen had ik het niet gezien.
Of misschien was ik toen
nog bezig met overleven,
dat er gewoon nog
geen ruimte was
om iemand echt
te ontmoeten.